Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VYFDE ZANG. igi

Ik zie de tedre Bruid in 's echtvriend's arm beflorVeil,

Daar nog den kusch der min op blauwe lippen zweeft s Zij heeft de Bruiloftskrans der eeuwge vreugd verworven ;

Terwijl haar Bruidegom in foltrende angflen leeft» Een wrede kwaal deed haar op 't onverwachtst bezwijken,

Terwijl zij fluimerde op huwlijks rozenblaan, Filmt ontwaakt, en ziet de ontwijffelbaarfle blijken

Des doods, en bied vergeefsch zijn tedren bijftand aan 5 Hij gilt vergeefsch om hulp, maar ziet, na weinig flippen ,

Zijn veege fchoone door de fchicht des doods geveld , Hij kuscht het laatst vaarwel op haar verflijfde lippen ,

En houd haar ihikkend aan zijn bartlend hart gekneld. De weerhelft van de Groot, gewoon de felfle fchokkeit

Van 't wisfelvallig lot, grootmoedig doorteflaan, Voelt nu haar fiere ziel, haar grootfchen kring onttrokken ,

Zij voelt het lijdend hart door doodelijke angflen flaan , Geen zucht, geen cnkle traan kan 't foltrend leed verzachten s

'k Zie haai' bij 't fterf bed van haar zielvriendin geknield; Dan, Christen Godsdienst wenkt, en 'k hoor haar tedre klachten,

„ Nu krijgt de boezem lucht, Amelia ontzield!

(Dus

Sluiten