Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

. V1JFBE ZANG. ïj|3 Ja, 't eeuwig wijs beftuur, ontroerde feestelingen! Droog eens, aan 't eind des tijds , uw heete traanen af ,

Filint! gij zult ontwaakt den toon der liefde zingen,

r "' " -?p

Wen ge uw Amelia, onltcrflijk voert uit 't graf! De fchoonfle lentedag, bewolkt door zoelen regen,

Kwijnd, wen de wolk verdrijft met zachter zuiver pra.cht} 't Aandoenlijk fchoon , alom gefpreid langs veld en wegen,

Vertedert 's aardlings ziel, daar Godsdienst plechtig lacht, Zoo zie ik thans de deugd van Hugo's gaê wêer pronken,

Met zachten luister, daar zij 't flapend lijk befchreid, Hoe word haar geest ontgloeit, door zuivre hemelvonken ,

Ze oogt haar vriendin nog na, in 't rijk der eeuwigheid! De fpeelgenootjes, die de lieve bruid bekransten ,

Bellrooijen weenend nu het witte doods gewaad, Met bloemtjes wreed verfcheurd, zij die om 't Autaar dansten,

Verzeilen 't fluimrend flof, met traanen op 't gelaat, In 't vaal Cijpresfenfchauw verwelkt het mirthenbloezera,

De blos der liefde kwijnt, in 't zuiver wit der deugd, Voor 't bruiloftstuiltje dekt 't gewormt uw blanken boezem,

Een droeve rouwkreet dooft den galm der reinfte vreugd,

N Dan

Sluiten