Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V IJ F D E ZANG. t&fe Gij fmaakt de zalighêen van 't fr.il- liet afflptloos leeven,

Terwijl geleerdheid haar trezooren u ontfluit, Ik zie een vlugge faam bekranscht met lauwren zweeven,

Zij galmt aan 's aardrijk's pool, de Groot! uw grootheid uit. Hoe plechtig ziet zig elk der achtbre weetenfchappen,

De heilige offers door uw vluggeu geest gewijd; De reine Godsdienst fpreid, langs zilvren glorietrappen

Des eerentempels , u 't bepurpert voettapijt! Geen dwaalziek bijgeloof zal ooit uw ziel bekooren,

Geen eigenbaat geleid uw voet aan 't beeldenkruis , Gij ziet het godlijk licht in 's heilands fterfuur glooren,

En volgt zijn zuivre ziel, in 's Vaders heilrijk huis!.,, Het lauwe bloed, dat uit zijn wreede wonden vloeiden ,

Waschtzachtjde Christendeugd,op 't dwaalfpoor vuil bemorscht, Dit fchonk de Groot die pracht, die luistrijk - godlijk gloeiden,

Voor't oog des Seraph's, ja, voor 's waerelds glorievorst!... Hij ziet vol fmart Gods kerk in donkre nevlen kwijnen ,—

Met welk een edle drift—met welk een fieren moed, — Doet hij den morgenglans der heldre waarheid fchijnen!...

Dan, ach! het fcheemrig oog pinkt, door dien heraelgloed. —• N 4 ö Frank.

Sluiten