Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vijfde zang. ***

Ik zie gezondheid gul de poëzie hand hem bieden ,

Hij rijst, Gods liefde dekt mijn waaren Christen zacht; ..., Zij wenkt, en de aklige angst moet uit zijn woning vlieden ,

Des levens engel houd voor zijne koets de wacht,— Allengs keerd nu de vreugd op Englenwiekjes neder,

De zaalge vriendfchap wijd een traan , door deugd geplengt, Die 't heiligst — 't fijnst gevoel, zoo gloeiend - zacht - zoo teder „

Met liefde op 't dankaltaar der reine godvrucht mengt!... Ja , Frankrijk's zachte lucht voed weêr de tedre brachten

Mijns helds , zijn zielsvriendin - zijn vrolijk groeiend kroosc, Zien weêr het knellend leed elk oogenblik verzachten,

Danr't gul genoegen ras op rozenwangen bloost. Ja, moet het grootsch Parijs, voor gloênde fchichten bceven,

Die de onverzoenbre dood, terwijl de lente ontwaakt, Op vuurge vleuglen , der rampzaalgepest, doet zwceven ? ....

De Groot ziet hoe de zorg der tedre vriendfchap blaakt!

De Mesme, in Frankrijk*» raad , door {taalkunde aangebeedeu

Smeekt,dat de Groot,de Stad,daar wanhoop woed,ontwijkt!... Zijn landgoed , 't (til verblijf van aardfche zaligheden , •—

Daar wufte weelde en pracht in 't fchomlend loof bezwijkt j

Dit

Sluiten