Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFDE ZANG. e©5 Zijn weerhelft fmaakt hier 't zoet van 't ongedwongen leeven 3 Geen hooffchen dwang bekoord 't vrij kloppend hollandsch hart, Hier ziet ze in 't lagchcnd groen , de blijde kind'ren zweeven, Terwijl geen norfche zorg hun lieVe jeugd benart: | Hier zal geen dartle list het jonge hart verpesten 5 De lieve moeder vleid zig op een zodenbank, En poogt den throon der deugd voor 't fpeelend kroost te vesten * Zij tcrond hun's Hemelsch gunst: de Itamelende klank, . „ Van kinderlipjes , ftreeid het Üefdrijk Alvermoogen !"

(Dus fpreekt zij)vleiend,plaatst ze een beding op haar fchoot».. | Elk leest de dankbre vreugd in Moeders minzaame oogen;

Zij voelt zig onverwacht, omhelscht door haar de Groot, | Hij zet zig naast zijn Gae , elk wichtje vleid om kuschjes, — De knaapjes huplen door de dichte lindenlaan , Of plukken bloemtjes, voor hun vriendelijke zusjes, Die kransjes vlechten , in de jonge roozenpa-an. —* [ De vrolijke onfchuld kan deez grootfche ziel bekooren , Elk trekje der natuur fchetst de eeuwge grootheid af, Van hem, die liefd e en zorg voor 't wormtje zelfs doet gloor'enj 'A Tntusfchen keert de ftad in een verflindend graf; -

De

Sluiten