Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

io6 HUGO de GROOT.

De vaaïê pest, geteeld in 's afgronds zwavelkolken,

Vliegt op de vlerken van de zuiderkoeltjes aan, Vcrfchrikking - doodlijke angst en wanhoop treft de volken,

Waar zij verfchijnt, de dood volgt haar verwoeste paan. Dit monflcr, doet de vreugd uit Frankrijk's hoofdftad vluchten ,

Zij blaast het doodlijk gif met blauwe lippen uit, Het feestgezang verfmoort, in bange boezemzuchten ,

De toon der liefde kwijnt, in 't akligst lijkgeluid!

Hier ziet een jonge gaê haar zielenvriend bezwijken ! —

Hij flaat 't verwilderd oog, op 't voorwerp van zijn min , Zijn paers gevlakte hand doet klemmend kennis blijken,

Hij zucht, hij kuscht, hij fnikt — en (laapt de doodflaap in!.„' De blijde Bruidegom, die 't echtaltaar ziet gloeien ,

Ziet, hoe de wellust van zijn fiere jeugd verbleekt, Zij knielt, de Priester fluit hun zaalge huwlijksboeijen ,

Terwijl haar drijvend oog in 's jonglings armen breekt 5 Hij voelt haar hijgend hart nog op zijn boezem tikken , =.

Terwijl haar gloênde mond den kusch der liefde bied ; Nu gilt Filant, daar hij, in de ijslijkfte oogenblikken ,

Zijn jonge zielvriendin in wreede doodangst ziet;

Zij

Sluiten