Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFDE ZANG, ao? Zijpoogdzig worstlend uit zijn iiddrende arm te rukken,

'k Sterf(zegt ze,)fchuw,ach!fchuw, mij die uw jeugd verpest!Hij blijft haar dervend aan zijn tedren boezem drukken,

En lieve Julia ontvlucht het derfgewest; Haar jongden adem, door haar vriends beklemde lippen,

Al heigend weggekuscht, vergift zijn gudzend bloed , Zijn ann bederft, hij laat de laatde zuchten glippen,

'k Zie 't minnend paar veréénd door een onzaalgen gloed, Hetliefdrijkst huisgezin vergt 't teederst mecdelijden ,

De Vader, onlangs blij door 't lagchend kroost gedreeld; Toen 't vleiend daamlen 't hart des nijv'ren kon verblijden , i Ziet hoe elk oogenblik nu nieuwe rampen teelt,— Zijn reeds bezweken kracht, word nog voor 't laatst verzamelt,

Terwijl zijne echtgenoot den jongden fnik verbeid, En 't dervend kindje om hulp , in 't moordend lijden , damelt,

Of, heigend aan haar borst, om 't laatde teugje fchreid!.... Nu breekt het moederhart; zij kuscht de onnozle traanen,

Van 't moê geworsteld kind, en daar haar veegemond, I Gods vaderlijke trouw voor 't heigend kroost blijft maaucn,

Scheurd draks de hand des doods het heilrijkst echtverbond!..

Zij

Sluiten