Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZESDE ZANG. 24?

Weêr al de zuivre drift bekoorlijk doen ontfonken *

„Ach (zucht hij) liefdrijk God! 'k zie wéér 't aanminnig oord, Daar mij uw wijs beltuur bet aanzijn heeft gefehonken,

Al vroeg heeft mij 't geluk van dit gewest bekoord, 'k Zal weer dien vrijen grond , dóór uw befchermt, betreedén ,

Maar Hemel! niet als vriend, als vrijheids voedderling, Neen ! als een balling, die , door wrocgende angst bedreeden , De draf van 't wrekend recht voor 't wreedst bedrijf ontfing! 5k Moctjfchoon onfchuldig, 't oog van fnoode rechters fchuwen, Van rechters, 't muitend grauw vervloekt mijn' naam welligt ? Ja, gintze golven, die aan 't zandig drand zig huwen ,

Zien mooglijk mij reeds weër tot laffe vlucht verplicht, Het reinst verlangen geeft mijn wenfchen arendsvleuglen ,

Al wat mij dierbaar is, rust eerlang aan dit hart, Dan , ach, een heimlijke angst kon zelfs dien drift beteuglen a

Veracht als balling lijd mijn ziel de wreedde fmart" Hij landt: de fiere Zeeuw voor teder meededoogen

Nog vatbaar, voelt het hart getroffen op het zien, Haarlijdende onfchuld , die bij 't liefdrijk alvermoogen, Nog fmeekt om trouwe hulp aan 't Vaderland te biên,

Q 4 Een

Sluiten