Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*4& HUGO de GROOT.

Een trouwe boezemvriend verbergt hem in zijn wooning.

Dan, daar zijn hijgend hart naar Hollandsen beemden haakt, Dankt hij zijn' edlen vriend, voor deeze trouw betooning,

En volgt de zuivre drift, die in zijn boezem blaakt. Juich , lugtig Rotterdam ! juich blijde welkooip groeten,

Uw raad, uw voorfpraak treed uw grootfche poorten in , Hier zie ik hem vol vreugd door liefde en trouw ontmoeten,

Hij kent nog Hollandsch aart aan de edle vrijheids min, Hier fteunt hij op de zorg der achtbre Stadsregeering,

Nog aan hun' dienst verpand , word hun zijn komst vermeld , Hij acht zig veilig , dan de treufigfte verkeering

Van het belooft geluk wordt hem al ras voorfpeldt. Verheide, in wiens gemoed de reinfte vriendfchap gloeide „

Biedt huis en hart hem aan : dit vreedzaam gul gezin , Dat haast de norfche zorg mijn's dierbren Christens boeide ,

Zag hem al ras in d' arm der zaalge huwlijks min. Maria, mag haar Gaê in Neêrlands oord weêr ftreelen ,

De zelfde ftad, die eens al 't zielverrukkendst zoet, Dat 't fterflijk leeven fchenkt, zag in hun wooning fpeelen,

Die zelfde ftad hoort nu de blijde welkomgroet.

pZüV

Sluiten