Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

P54 HUGO D ü G 11 O O T.

Dan kan zich de onfchuld ooit met misdaAn wreed bevlekken ,

Met misdaan, op wier naam zij angftig, blozend gruwt, Wat kan 't weldenkend hart tot wreed er rampfpoed Itrekken ,

Dan wen 't door fchijn bemorst, ziet hoe de deugd het fchuwt, Mijn Hugo weigerd zelf den fweem van fehuld belijden ,

Ilera word de ruime Vest van Rotterdam ontzegd, Dan 't moedig Amltcrdam , durft hem haar bij (tand wijden ,

6 Koopvorstin , die daad heeft 't fchoonst juweel gehecht, Aan de eeuwige eerkroon , die uw lokken zal verlieren ,

De vrijheid grift uw' naam, met haar gepunten fpeer, InGodvrucbts gouden fchiid, de ontrolde veldbanieren

Dier edle tuinmaagd, zijn beglanstmet Amftels eer. Nog eens valt vriendfchap op haar Hugo's tedren boezem,

,, Ach ! (gilt ze) toon aan mij , wat ge op u zelf vermoogt 2 „ Ach, zie uw telgjes ! moet 't ontwiklend levensbloefcm ,

„ Hier aan de reine borst der Christendeugd gezoogd, „In 't vreemd gewest, door 't vuur der Godsdienst ijver kwijnen 3

„ Ach verg vernietiging van lang getorschte flraf." Neen (zegt hij) de eeuwge God zal tot mijn troost vefchijnen ,

En bieden mij eerlang het vreedzaam iluimrend graf,

Ver-

Sluiten