Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

256" HUGO de GROOT.

Om zelfde traanen der verdrukte deugd te droogen,

ó Reine vriendfchap, ach ! wat hebt ge al fmart geleên, Hoe word mijn boezem door uw knellende angst bewoogen,

Verbeelding fchuwt 't toneel der treffendfte akligheên , Nog eens verlaat, de Groot, 't verblijf der dwingelanden,

Door tedre wenfchen van een' vriendenrei verzeld , MijnNimph ziet hem vol zorg in 't vruchtbaarDujtschland landen*

Daar kommervollen angst zijn fiere ziel bekneld, De Algoedheid fterkt uw' moed, mijn glorierijke Christen,

't Geluk fnelt u voor uit langs 's levens wentelpaan , Geen laage trotschheid zal uw glorie meer betwisten ,

'k Zie voorfpoed in 't verfchict, gul, fbrooid zij rozenblaan , Zij lagcht, wen gij verfcbijnt, hoe blij ziet ge u ontfangen,

In 't volkrijk Hamburg, daar geen dwang de welvaart boeit, Daar 't fchoon des overvloeds op 's bruinen Zeevolks wangen ,

In 't onverwelkte blos met edlen weerglans gloeit, Ook hier is 't vrij verblijf voor Hollandsch vluchtelingen,

Elk vliegt mijn' balling hier vol blijdfchap in 't gemoed, Elk ziet hij hier om ftrijdt, hem om zijn bijzijn dwingen,

Een , in zijn vroeglte jeugd reeds met hem opgevoed,

Biedt

Sluiten