Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZEEVENDE ZANG. 265

Met weêrzin moet hij 't huis zijns Afgezants verhaten;

Reeds haakt het worstlend rijk naar Okzenftierne's raad En trouwen bijlland : 't heil van volken , rijken , ftaaten,

Vind bij verheven deugd de trouwfte toeverlaat. De jonge Broerfon , een van Zweedens edle braaven,

Had zijn doorluchten oom naar 't Franfche Hof verzeld; De jonge Broerfon, rijk in onwaardeerbre gaaven ,

Lag door een wrede kwaal aan 't logge dons gekneld; Thans bleef hij aan de zorg van mijn' de Groot geheiligd;

Met welk een ievcr blaakt elk liefdrijk huisgenoot, Voor 't veege leven, dat, vergeefsch door trouw beveiligd,

Rascb fluimrend wegkwijnt in een onverwachten dood! Zijn fterfuur opent mij de aandoenlijklte tafreelen;

Henriette, in 't bloeiendst van haar pas ontloken jeugd, Kan 't edel denkend hart des Zwcedfchen jonglings fïreelcn; .

Zij voelt en kent al 't fchoon van zijn verheeven deugd; Ja, toen die tedre hem voor 't eerst, verrukt, aanfehouwde ,

Bleek reeds s zijn ziel was zacht, op de eigen toon geftemd: Haar jonge fpeelgenoot, die zij 't geheim vertrouwde ,

Cornelia, hield haar in de armen vast geklemd.

R 5 „Hen-

Sluiten