Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZEE VENDE ZANG. *7§

MijnGodsvriend ziet voi vreugd, de Zweedfche ftrariden wijken.,

't Gewapend vaartuig fnelt de Nöordfche golven door, Hij ziet in 't zilvren fchuim, thans voorfpoeds gulle blijken j

Dan, welk een naar gehuil dringt in mijn luistrend oor! Eert bulderende Orkaan , aan 's aardrijks pool ontbonden ,

Loeit Avoest van rots tot rots, daar't ijs al doildrend kraakt j Of tuimlend neêrftort op de heuvelige gronden,

Terwijl het Noordervuur op zwarte wolken blaakt: Ee naderende orkaan doet 't moedig zeevolk beeven;

Een doodfche Itilte niaalt de Itervende Natuur ja, 'khoor verwoesting gints langs waterbergen zweevert ;

Hij nadert alles zwicht in dit verfchriklijkst uur. Ik hoor 't geüingerd zeil van forfche masten fcheuren ;

De kabels knappen, 't roer wordt van zijn plaats gerukt j Nu doet een doodlijke angst de Schepelingen treuren ;

Mijn Christen fteunt op God, thans voor zijn' troon gebukts Het zwarte zwerk, waar langs de paerfche blikfems fnellen ,

Dreigt hetverwilderd oog, daar de afgrond woedend loeit, De trotfche golven, die tot aan de wolken zwellen,

Doen 't vaartuig fliugren door geen fcheepsbeftuuf' geboeid ;

S Hei

Sluiten