Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AAN MAURITS. 9

Dat onze geestlykheid dat onheil niet kan baren,

Daar zy beteugeld is in 't vryë Nederland: Het gros der geestlykheid, hier en in alle landen,

Heerscht niet dan al te gaarne, indien het heerfchen kan: En is het geesfelen, het hangen en 't verbranden Het éénig kenmerk juist van eenig' kerktiran ? Die Godsdienstöeffening aan een gezindte ontrukken

Die hunne leer' weêrfpreekt, wat zouden die bellaan Waar' hen vergund een' dolk in 's vyands hart te drukken?

Of konden zy door vuur de ketters doen vergaan? Kunt gy gematigdheid van zulk een' ftoet verwachten?

Neen,vorst! de man die doemt, doemtwylhy niets meerkan, Maar is altyd geneigd om 't geen hy doemt te Aagten;

Verdrukking is de dolk van zulk een* zieltiran. Of, alles wél befchouwd, is vryë leereöntrukking

Aan 't geen van ons verfchilt, niet waarlyk tiranny? Vermoording is altyd een dochter van verdrukking,

Als flechts een prinslyk zwaard haar baring gunstig zy. De kerklyke, inderdaad! fchoon door geen' prins gefteven, Zo 't volk zyn zy' flechts kiest, en hy 't vertrouwen kan, Zal overal zyn kerk 't bewind in handen geven;

En zo veel 't mooglyk zy word hy metéén tiran. Vorst! der Hervormden woede in Gend fchynt u vergeten, . Ten minfte veinst gy dit, zo gy my wedeifpreekt: Het woelen van Datheen moet immers Maurits weten; Wierd niet door hem in Gend de moordzucht aangekweekt?

AS Wat

Sluiten