Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AAN MAURITS. n

Vervolger worden zal van't geen zyn leeraars doemen,

Maar elk gezindte een keur van weg ten Hemel laat. Uw vader, waarlyk groot in 't kundig volkregeeren, Heeft nimmer zich bemoeit met kerkelyk bewint : Wat Rome, wat Geneve, of Wittenberg wilde eeren,

Wie deugdfaam burger was, was vader Willems vrind. Myne oogen zagen hem de Roomfche kerkaltaren

Befchermen tegen 't woên... helaas! myn prins, vanwicn? Van hen voor wie men zegt dat gy u zult verklaren,

Van hen die we onbefchaamd aan 't hof u vleijcn zien, Van held Datheens gevolg,van die Hervormde vrinden,

Die, trots op uwe hulp, in weêrwil van 's lands recht, Een kerkvergadering in Dord licht dienstig vinden,

Niet om 't Armynsch gefchil bedaard te zien bedecht; Maar om Armyns gevolg, bedaande uit trouwe mannen,

Wier yver, wier gebed voor Neêrland werkfaam is, Uit kerk, uit land, wel meest uit hof en raad te bannen ;

Waarom? Dat Maurits zelf liefst naar die oorzaak gisf'. Of zo die fchrandre prins die oorzaak niet kan gisfen,

Dat hy by Coligny zich daadlyk flechts vervoeg': Hy kent haar edel hart; haar uitfpraak kan niet misten . • •

Maar Maurits kent en haar en Barneveld genoeg! Doch eens gedeld, ö prins! dat gy door uwen degen,

Of kuipcry, van Dord een ander Trcnte maakt, En door ééne enkle kerk een' aanhang had verkregen, Die u 't gezag al gaf waarna gy vurig haakt;

Zoud

Sluiten