Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ao MARIA VAN REIGERSBERGEN,

Hoe noodig 't zy 't gezag ééns enklen mans te weeren ,

Die, mensch en zwak, als zy, 's volks rechten lichtlyk fchend! Wat baat ons nu niet meer Kastiljes juk te dragen ,

Wat baat de breking nu van Phlips ontzind geweld, Nu wy ons fchandlyk zien in Nasfaus juk geflagen ?

Nu Maurits hovaardy dit volk de wetten fielt ? Vergeef me, ö myn gemaal! al die befpiegelingen, Die hugoos fchrander brein onmogelyk ontgaan : Het hart, een hart gedrukt door duizend folteringen,

Zoekt (leeds, doormond, of pen, zich van zyn last te ontdaan. Het redekavelt fchaers by 't loopen van den veder,

't Zoekt in de ontlasting flechts vermindring van zyn' druk. Verlichting van verdriet geeft ons de kalmte weder...

De grootfte is fomtyds klein in grievend ongeluk! Licht zult ge, en 't is niet vreemd.op't hoogst verwonderd,denken

Waarom de trotfe prins, die't all' bediert door dwang, Befloot tot dit gefchrift de vryheid my te fchenken...

Die vryheid is een vrucht der zucht voor zyn belang. Hoor wat my is gebeurd; dit zal u oopning geven

Waarom ik dezen brief myn' iiugo zenden mag ; Zie hoe uw gemalin tot fchryven wierd gedreven ,

En wat een vorst al durft ten deun van zyn gezag. Op gistren was de dag waarop , naar 't welbehagen

Ééns wreedaarts, die u boeide, en wien 's lands juk bekoort, Den gryzen Barneveld het hoofd wierd afgeflagen , Of liefst waarop die held op 't Godloost is vermoord :

Naauw'

Sluiten