Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3ö GILLIS VAN LEDENBERG

Wat raakt hem hóe hy fterv' ten dienst van vryë lieden?

Hy breng' zichzelven om, (hoe ftreng die ftelling zy,) Kan hy door zulk een dood zyn land meer byftand bieden,

Dan door zyn levenzelf... Dit ftaat een' ftaatsman vry! Myn leven kan voortaan één' man flechts dienftig wezen,

Wiens wraak het nutloos maakt ten dienfte van myn volk, Die me in den kerker doet een daaglyksch flerven vreezen... ;

Ik kus myn vryheid grootsch op 't fpits van mynen dolk! Die ligt thans nevens my, terwyl myn wachters flapen.

'k Verborg dien fteeds met zorg voor 't volk myns dwingelands: Ik druk dien aan myn hart; myn fchat is nu dit wapen,

Dat my verlosfen zal van 't woên eens vloekgefpans. Het roept geflaég my toe: „ Gryp moed! Hechts weinige uren

Zult gy noch in dit hol een prooi uws dwinglands zyn. ,, Gy zult, door myne hulp, geen rampen meer verduren.

Geen pynbank deert u iets, als 't morgenlicht verfchyn'. „ Een leven vol elende, een' flag des zwaards te ontfangen,

Of ééne fneê van my, die u aan beide ontheft... „ Verkies, om van uzelv' grootmoedig af te hangen,

„ Of van één' medemensen, wiens wraak u fchandlyk treft i , Uw' meesters ftaatsgeheim, dat nooit een prins moet weten,

,, Loopt geen gevaar door pyn te vallen uit uw' mondf „ Zo ge u toont waard' te zyn dat gy het hebt bezeten,

En eer de dood verkoost, dan dat ge uwe eeden fchond. „ Eén fneede, of floot, alleen! en gy zyt buiten vreezen „ Dat pyn, ten val des flaats, door drang uw' mond ontwring

,, 't Geen

Sluiten