Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

D E

GRAAF VAN EG MOND,

UIT DEN KERKER., TE BRUSSEL; AAN

ZYNE GEMALINNE.

6 Dierbre wederhelft! 6 Leven van myn leven!...

Hoe heeft die naam weleer ons hart met vreugd vervult! En hoe moet deze naam thans u en my doen beven ?

U, die na morgen my dien niet weêr fehryven zult? My, die op heden u voor 't laatst dien toe kan voegen ?

Doch tot myn' laatften fnik zal op myn lippen zyn! Wat is de mensch! 't Geen nu op 't hoogst hem kan vernoegen,

Strekt morgen hem, helaas! ter doodelykfte pyn. Sabine ! ó moet de loop der ondermaanfche dingen,

Voor dienaars van de deugd, en flaven van het kwaad, Dan zo éénvormig zyn in zyn veranderingen,

Dat hy fomtyds hen beide op 't felst met rampen (laai? Wat zeg ik? Grooter blyk van onrechtvaardigheden

Geeft die geduchte loop, zelfs meer dan al te veel: Hoe dikwyls zien wy deugd door ongeluk beftreden?

Hoe dikwyls valt hier 't kwaad het grootst geluk ten deel? Noch erger: meer dan ééns zien wy op de aard' den goeden,

Den vroomften, besten man, door grilligheid van't lot ,

Of

Sluiten