Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

40 DE GRAAF VAN EGMOND,

Och! zeg niet dat gy treurt omdat ik onrechtvaardig,

Daar ik de vryheid diende, een offer word' van 'tzwaard; De misdaad van een' man maakt hem beklagenswaardig:

Wie voor 's lands vryheid (ïerft is niet beklagenswaard'. Ik heb reeds jong geleerd den last des krygs te dragen,

De kryg maakt ons verdriet, en zorg, ja dood gewoon... Gy kampt flechts éénsmetramp!...Een Egmond moet nietklagen

Dat zich Sabineop 't grootschst haar'Egmond waardig toon'! Daar gy een' flcrfling hebt in uw' gemaal ontfangen,

Is 't reedlyk dat gy denkt, hoe 't lot der flerflykheid, Dat vorflen treft als ons, dat lacht met alle rangen,

Hem immers, vroeg of laat, gewis was opgeleid. Hier zyn geen vrinden, neen! hoe naauwveréénd zy beiden

Verknocht zyn aan elkaêr, (dit moet ons nooit ontgaan,) Of't lot heeft hen veréént om éénmaal hen te fcheiden;

Waar is de huwlyksband die eeuwig zal beftaan? 't Is waar, de wyz' fchynt flreng, men kan 't niet tegenfpreken,

Waarop de Alwyze magt, Die alles hier gebied , Den band die ons verbind , dien tedren band! wil breken; ,

Maar alles hangt veel af van 't licht waarin men 't ziet. Ontzet u niet: een zwaard zal morgen my doen fneven;

Maardreigde,alsEgmonds vuist voor de eer zynskonings flreed, Niet honderdmaal een zwaard op 't oorlogsveld zyn leven ?

De plaats waarop ik fterf maakt dus myn fterven wreed. Maar moet dan de eere eens helds aan zyne fterfplaatshangen?

Neen , de eer hangt aan geen plaats: zy moet haar waar beftaan

Van

Sluiten