Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AAN ZYNE GEMALINNE. 41

Van 't oordeel van all' 't geen dat ons omringt ontfangen;

't Vergryp, een fterfplaats niet, brengt ietnant onëere aan. De ftrafplaats word den naam van een fchavot gegeeven;

Doch waar geen misdryf is daar heeft de draf geen plaats: 't Schavot dus deert my niet, wyl ik niets heb misdreven;

Voor my is 't een tooneel van martlaarfchap eens ftaats. Zie hier hoe Egmond denkt, gereed ter dood te treden,

En oordeel of fchavot, of zwaard, zyn' luister krenkt, En of uw droefheid fteunt op welgegronde reden ,

Als ge om een fchanddood my, Sabine! uw tranen fchenkt. Ik zag myn volk verdrukt; en veel doorluchte mannen,

Oranje, Brederode , en Hoorne, en Lodewyk , Zyn tofs volks redding grootsch met Egmond aangefpannen;

Ik deed dus niet alleen den koning ongelyk, Indien 't zo heeten mag dit land de magt te ontrukken

Des Spaanfchen hovelings, en niet aan 's konings magt; Dat booze rot, de bron van Neêrlands ongelukken,

Heeft op zyn' konings hals de wreede blaam gebragt, Als waar'dat folteren, dat hangen cn dat branden

In 't zuchtend Nederland een vorftelyke last; (*)

Ik

C) Hoe ongaarne wy den aandacht des lezers door aantekeningen die altyd in de lezing van een dichtwerk ftuitcn, afleiden; om vooroordeelen te^en te gaan, dient men fomty^s zyn' fmaak geweld aan te doen. Zou men gelooven dat 'er in onze dagen «enfehen zyn, d.e ftoutclyk ontkennen dat de Spanjaarden en hun opperhoof.1 Alva zo flecht vaderland hebben huisgehouden, als men voorgeeft! Wat reden deze Mftta aandryft om, door de verkleining der Spaanfcbe geweldenary C 5

Sluiten