Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

p MAGDALENA MOONS,

De koning wien gy dient, in gramfchap, heeft gezworen,

Herinnerde ik u vry uw wezentlyk belang. Hoe hartlyk durfde uw Moons haar' Valdez toen verklaren,

Dat dienaars van den vorst gehuwd aanNeèrlandsch bloed , Een' achterdochtig prins een' argwaan kunnen baren,

Die, zo niet doodlyk, hen ongunftig wezen moet! Maar dat het geen wel meest voor eeuwig ons moest fcheiden,

Was dat de gramme vorst uw hand verkoren had, En tot belegering en tot verderf van Leyden,

Myn meest-myn teêrst-beminde, en myn geboorteftad, Waarin myne oudren zyn door uw geweld befloten,

Die gy door honger drukt, of dreigt met Spanjes fiaal; En dat ik nooit de hand die hen door 't hart zou ftooten,

Kon kusfen, als de hand van een' geliefd' gemaal; Dat Neêrlands volk, op 't flerkst aan 't vaderland gebonden,

Een huwlyk van dien aart met recht verfoeijen zou; Dat, dienend' hem wiens vuist's lands vryheid had gefchonden,

Gy 't hart niet eifchen kost van een Bataaffche vrouw; En dat ge om my de ftad, reeds half voor u bezweken,

Van 't vonnis van den vorst onmooglyk kost ontflaan, 't En zy ge, in fpyt uws pligts, befloot uw' eed te breken,

Den grammen ryksmonarch , als oorlogsman , gedaan ; Ja, dat, in 't eind', u 't lot; (hoe moest die taal my drukken!

My! die uw fmart bemerkte, en u genegen was!) Geen keur liet, dan de keur van fchand- of gruwelftukken,

Een eedbreuk, of myn ftad te zien in bloed en asch.

Hoe

Sluiten