Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AAN DON FRANCISCÜS DE VALDEZ. 53

Myn liefde ontdekte zich misfchien toen al te vaardig ;

Doch 't Nederlandfche hart fchaamt zich de oprechtheid niet: Wat zeldfaam is door deugd is waarlyk liefde waardig,

Ten minfte is 't zo in 't hart waarin de deugd gebied. Toen heeft myn mond u trouw, uw mond my trouw gezworen;

Myn hart zwoer met myn' mond : zwoer ook De Valdez hart ? Helaas! het geen wy nu in 's Gravenhage hooren,

Houd, inderdaad! den geest van uwe Moons verward. Men zegt, dat Juliaan den ftorm u op durft dringen,

Ik twyfel hieraan niet, ik ken Romeroos aart; Maar dat De Valdez zich door hem zou laten dwingen,

Gelyk men zeggen durft, dit 's 't geen my twyfel baart. Hoe! zou een Juliaan, en al die hem verzeilen,

Een' Valdez tot zo verr' vernedren door den fchrik, Dat hy een' Juliaan verr' boven Moons zou (tellen?

En liefde en eed vertreên, op 't eigende oogenblik? Wel! 't zy 't een valsch gerucht, het zy 't een waar moog' wezen,

Ik hoop dat gy vermaak in myne oprechtheid fchept; Spreek: wat heeft Moons van u te hoopen? wat te vreezen?

Zeg haar, of gy den ftorm, of haar verkoren hebt. Indien gy 't eerfte kiest, uw glori wilt verliezen,

Myn maagfebap geeft ter prooije aan 't zwaard; verwacht gewis Myn' haat. Wat eerlyk hart zal ooit tot egaê kiezen

Een' bloodaart, die trouwloos, en tevens moorder is? Dit vryheidlievend volk. bemint de trouw, acht de eeden, 'i Gaf duizendmaal daarvan Kastilje blyk by blyk; D 3

Sluiten