Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S6 MAGD. MOONS, AAN DON FR. DE VALDEZ.

Niet zal aan all' wat leeft ten bake en prikkel (trekken;

't Is daarom dat zy meest de duisterheid ontgaat. Noch meer: bevordrend' dus en uwe en myn belangen,

Keurt Neêrlands vryë volk myne echtkeur dubbeld goedi En ik zal Leydens held in mynen arm ontfangen...

Bedenk of ik daarom u minder minnen moet! In't eind', dringt Juliaan om (tonnende aan te vallen,

En gy ééns wanklen mogt, ft kon zyn dat dit gefchied',) Verbeeld u Moons te zien vooraan op Leydens wallen,

Daar zy haar bloote borst aan Valdez lemmer bied. Voor 't laatst, ontwyk als held een haatlyk overwinnen.

Denk dat, wat dit u kostte in uw gelteltenis, Ik ons belang, uw woord, uw loon u breng' te binnen ...

In 't kort, dat „ Moons" het loon der ftormöntwyking is! Vol hoop dat ge ons belang, uw' woord, myn' drang zult hooren,

Dat gy my zult voldoen, bekoort door zo veel loons, En „ hoopend" dat myn beeld tot trouw u a'an zal fporen,

Noemt uw beminde nóch zich, als voorheen, „ UW" Moons,

Sluiten