Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

68 LOD. VAN NASSAU, AAN WILLEM I„

Dus „ hoope" ik, als gy vielt, te zullen kunnen denken;

Schoon ik geen Willem ben, die grootscb zicbzelv' gebied,... Na 't zorgen voor dit volk, zoude ik u tranen fchenken;

Maar, Willem! wis voor 't oog der Nederlandren niet! Vaarwel! het daglicht daalt. Dat u Gods hulp geleide!

Dat Willem, uit myn' naam, myn' broeder Hendrik groet', Dat God en u en hem een beter lot bereide,

Dan my, indien gy ééns voor Neerland fneuvlen moet. In Hendrik doe Gods gunst u lang een' broeder vinden,

Die u cn Neerland dien ter firaf van 't Spaanfche ryk. 'k Weet dat dees volken hem van jongs af aan beminden ..,

Die jonge held firekke u eerlang ten Lodewyk! Noch ééns: vaarwel! hoe zwaar moet my dat woord ontflippen !

Licht is 't het laatst vaarwel dat Lodewyk ontfehiet! Myn hart geeft u de kus geweigerd aan myn lippen,..

Indien ik langer fchreef... Licht bleef ik Nasfau nies!

Sluiten