Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( " )

gene zinlyke eigenliefde verklaren laat, dat mag •vol/trekt belangloos heten ; en omgekeerd: wat volftrekt belangloos is, dat kan ook uit geen beginzel van zinlyke eigenliefde Verklaard worden. Eigenliefde fluit eigenbelang in. Het ene begrip is zonder het andere niet denkbaar. Al wie zig zeiven lief heeft , die ftelt belang in zyn eigen geluk, en fchept behagen in alles, wat zyne neigingen bevredigt.

Behalve de zinlyke eigenliefde, van welke ik, in het vorige Hoofddeel, als van den grond en de hoofdfom onzer neigingen , gefproken heb, laat zig ook nog ene zuiver redelyke eigenheide denken: die meen ik, welke door de rede, zo verre zy practisch is, als oppermagtige wetgeeffter, aan alle redelyke wezens, volltrektlyk geboden wordt. Het vervolg dezer Proeve zal den Lezer met den aard dezer edele eigenliefde genoegzaam bekend maken.

Maar welk ene eigenliefde wordt 'er hier , in de vraag van het Genootfchap , bedoeld ? Voorzeker , gene andere , dan de zinlyke, die door de rede noch geboden, noch verboden, maar alleen onderfteld , en aan de wet dienstbaar gemaakt wordt. Een ieder ziet, dat de vraag in het ongerymde zoude lopen, wanneer men het woord

ei-

Sluiten