Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 20 )

Scheiden , en dus verhevener, beginzel, in den mensch te doen doorgaan. Zelfs het zedelyk gevoel, of liet rustige vergenoegen, aan de bewustheid der deugd verbonden , in zo verre hetzelve een gevoel van lust in fluit, (*) i.s in de zinlyke natuur, van den mensch gegrond, en kan, wanneer het den grond der wilshepaling uitmaakt , niet anders , dan ene onzuivere goedwilligheid opleveren. (**)

Behalve deze, nu omfchreven, goedwilligheid, welke dien naam , eigenlyk, niet, dan in enen fiaauwen zin, met betrekking tot hare nuttige en aangename gevolgen, waardig is ; laat zig nog

ene

C*) Ik zeg opzetlyk : zo verre hetzelve een gevoel van lust in/luit : niet, zo verre Je onmiddellyke goedkeuring onzer eigen rede , of de bewustheid van onze zedelyke waarde, onder dezen naam dikwe.rf voorkomt. In den laatften zin , is het zedelyk gevoel , dus afgetrokken be. Jchouwd, geheel tcdeljk. Men weet, hoe fchandelyk de cngcl/chc Doctor mijdjulh, in 't begin dezer eeuw, dit heerlyk gevoel tot een kind der iedclheid, 01 voordbrengzel van den hoogmoed onzer natuur, verlaagd hebbe , in zyn bekend werk : the fablt of the hees.

(**) Kant. OU. der pr. Vcrn. S. 91. Reinhold. L 1. II. Band S. 326-242. Schmid. p'rrfuch einer Moraljjhilofjphie S. 62-71.

Sluiten