Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 32 )

een pettoon niet weinig bytedragen. Zeer verre is het 'er, intusfchen, af, dat wy die hoedanigheden voor onbepaald, goed verklaren, of daar aan volftrekte waarde zouden toekennen. Het is het edele grondbeginzel der zuivere goedwilligheid alleen, waar in de waarde derzei v-en gelegen is. Neem dit beginzel weg, en gy hebt het fchrikbeeld van een Booswigt, wiens koud bloed hem niet alleen, in de zamenleving, veel gevaarlyker, maar ook in onze ogen veel verachtelyker maakt , dan hy , in de hitte van driften, aan ons zoude voorko. men.

Ter verklaring van den waren aard dezer goedwilligheid , moet ik verder nog opmerken , dat dezelve behoort onderfcheiden te worden van enen volmaakten wil, of (gelyk kant fpreekt) van heiligheid des wih, dat is noodzakelykc, en volkomen, overëenftemming van enen redelyken wil, met de redelyke wet, of van de onderwerplyke maximes , met de voorwerplyke wet. Op tvveërlei wyze, namelyk , kan de wil, door de rede, bepaald worden , of noodzakelyk , of niet noodzakelyk. In het eerste geval, zyn de daden, die men als voorwerplyk noodzakelyk kent , ook te gelyk

on-

Sluiten