Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 33 )

V

onderwerpljk noodzakelyk. In liet andere ge* val, zyn de. daden , welker voorwerplyke nood' zakelyldieid wordt ingezien , onderwerplyk toevallig. Door gronden, die de rede voorftelt, wordt dan wel de voorwerplyke noodzakelykheid van ene daad duidelyk bezeil: maar de wil, nogtans , naar zyn en vryen aard , volgt die gronden , niet noodzakelyk, op. "Waarom niet? om dat die wil, op zig zeiven, aan de rede niet volkomen gelyk , maar aan zodanige dryfveders onderworpen , is , die niet, al tyd, en, by gevolg, niet noodzakelyk, met de zuivere practifche redewet overeenkomen.

Dit laatfte is het geval by ons, menfchen, ala wezens, die door zinlyke behoeften, begeerten, en beweegredenen , aangedaan worden. Daarom is de zedelyke wet, by ons, een gebod, dat volftrektlyk gebiedt, zonder van enige voorwaarde aftehangen : (*) en de betrekking van onzen wil,

tot

(*) Een gebod is of vol/trekt, of voorwaardlyk. Het laaffte bepaalt niet Jen wil, als wil, 'volfrekllyk, maar grondt zig op ene voorwaarde , buiten de rede — op enig doel der neigingen , en ftelt , alzo , de practifche noodzakelykheid ener mooglyke daad voor, als middel , om tot iets anders, welk men wenscht , te geraken; by voorbeeld: wilt

Sluiten