Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 37 )

heiligheid, in verband ftaan , kunnen wy , nogtans, ten minsten in dit aardfche leven , ons geen hoger trap van zedelykheid , als voor ons bereikbaar , voorftellen, dan den trap van deugd, dat is, zedelyke gezindheid, in den ftryd met neigingen de fterkte van welke neigingen dapperheid vordert; waarom ook de deugd, by Grieken, en Romeinen , met den naam van dappeiheid («jet?, virtus) beftempeld wordt, of, altans , geacht kan worden , eigeniiardiglyk, indien zin, dus benaamd te worden. De reden, om welke , deugd onze hoogfte trap, in deze waereld , zyn moet, is , om dat wy zo wel zinlyk , als redelyk , zvn. Het blyft, daarom , by ons , flegts een ftreven naar doorgaande opvolging van de wet der zuivere rede , uit eerbied voor onzen pligt een jagen naar gelykvormigheid aan het idé der heiligheid, welke de wet, wier onderdanen wy zyn, van ons afvordert : zo dat de beste onzer, niet p a u■l u s , zeggen moete .• niet dat ik het reeds heb Verkregen, of volmaakt ben : maar ik jaag naar gelykvormigheid aan dat heerlyk idé), of ik die ook grypen mogte. (*)

Deze aanmerking, myn Lezer! is van veel belang, om niet, door verwarring van begrippen,

(*; Philip. III, ,a.

C 3

Sluiten