Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

r 38 )

Op éne van twe klippen te geraken, die beiden } in de zedekunde, zeer gevaarlyk zyn , en welker eerfte , door kant, empirisrnus der practifche rede , de andere zedelyke dwepery , genaamd wordt.

liet empirisrnus leidt de practifche begrippen van goed en kwaad, deugd en pligt, af, uit de ervaring van de gevolgen der daden. Het is, even hier door, dat der zedelyke wet haar achtbaar aanzien van volkomen, onvoorwaardlyk gevorderde , heiligheid benomen, en zy , als toegevende aan onze zinlyke zwakheid , misvormd — wat zeg ik ? het gehele begrip van ware zedelykheid verwoest wordt. Gy vooral , die de ftreving naar gelukzaligheid tot het opperfte zedelyke beginzel maakt, neemt, bid ik, deze aan. merking ter harte !

Zedelyke dwepery flapt buiten de grenzen, die de zuivere rede den menlchen gefteld heeft, en ma'a'kt j in plaats van pligt, of achting voor de wet, enig ander beginzel tot grond der wilsbepaling. Vit pligt te handelen, onderdaan der wet te zyn, zedelyk te moeten, in alles , voorwerplyk , bepaald te zyn i— neen ! dit is te hard , voor de zinlyke eigenliefde. De zedelyke dweper ftelt liever een zeker gevoel in plaats, en waant zig dan, hoe zeer hy niets meer doe,

dan

Sluiten