Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

• C 5i )

fo/fi? van het beginzel, naar mate de opöfferin« gen, welken men ziet doen, groot zyn; dewyl, in het dagelykfche leven, wanneer 'er, by lange na, zulke grote offeranden niet worden gevorderd , de zinlykheid , by den mensch, zo kenneIyk doorftraalt. — O Gy , die u op de ervaring beroept, om de huisvesting der zuivere goedwilligheid , in het menschlyk hart, uit daden, te bewyzen, draagt tog zorge, dat gy den waarlyk. goeden , den alleen groten , edelen , man niet verwart met hem , dien de waereld groot noemt, en de innerlyke waarde niet beoordeelt, naar den piterlyken glans! Niet een iegelyk, dien wy ten trone verheffen, verdient, daarom, koning te zyn: noch hy, dien wy zalig fpreken , is, daar. öm , waardig, ten hemel te worden toegelaten. (*) Ik wil nogtans , geenzins, beweren , dat de ervaring ons zoude kunnen overtuigen, dat 'er, onder de menfchen, geheel gene zuivere goedwiU ligheid befta. Dat een waarnemer, die niet terftond alles gelooft, wat hy, als menfehenvriend,

wenscht,

(*) Me axitem , qui infinita hominum millia trucidaverit, cruore campos inundaverit , flumina infecerit , non modo ïn templum , fed etiam in coelura admittitur. Lacta hvivs. de fait» telig. C. iS.

D a

Sluiten