Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 53 )

zeiven , goed is, te onderfcheiden van het geen flegts betrekkelyk goed is, en alleen goed genaamd wordt, in zo verre hetzelve , ter bereiking van zeker oogmerk , nuttig, of als voorwerp dér zinlykheid, met opzigt op 't gevoel van lust, aangenaam is: moet men naauwkeuriglyk letten, of 'er een be. ginzel der rede, op zig zeiven, gedacht worde, als grond der wilsbepaling, zonder opzigt op enig mooglyk voorwerp van het begeervermogen ; dan of 'er een bepaalgrond van dat vermogen, en , dus, een voorwerp van lust of onlust, de maxime van den wil voorafga. >— In het eerste geval , is dit beginzel practifche wel, van voren. Niet de empirifche rede, die alleen ftqflyke re. gels kan voordbrengen, maar de zuivere practifche rede , die, van voren , inziet, en onvoorwaardlyk beveelt, wat men doen moete, bepaalt den wil dan, onmiddellyk. De daad, welke met de wet dezer rede overè'enftemt, en uit loutere achting voor dezelve gefchiedt —1 die alleen is practisch goed, waarlyk deugdzaam , en een gewrogt der zuivere goedwilligheid. Dit volftrekte goed is het bonum honestum der Stoicynen, welk zy , met regt, beweerden , dat door zig zeiven goed zy, en, na aftrek van alle nuttigheid, zonder opzigt op enige beloning, van welk enen aard D 3 ook ,

Sluiten