Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(' 54 )

ook , alleen cm zig zeivan, een voorwerp imn den wil zyn mnete. {*) Maar in het andere geTal, zo haast 'er iets anders , dan de zedelyke xvet zelve , den wil bepaalt , en 'er of dierlyk-zinlyke, of ook. empirisch-redelyke , drijfveders , die altyd enig voorwerp van lust of onlust onderftellen, ■vóór de maxime van den wil gaan , en de wil, derhalve, door zeker gevoel van lust of onlust, het zy fympaihie, het zy hoop, of vrees, het zy zedelyk gevoel, bepaald wordt ; dan heeft 'er geen practisch —< geen volftrekt, maar flegts be> trekkelyk , goed plaats. Het oogmerk is dan niet de daad zelve, maar bet vergenoegen. De daad is , in dat geval , flegts middel, om tot zeker einde te geraken, de bevordering, namelyk, van enigerlei gevoel van lust, of de vermyding van onhist. Het goed is dan niet (gel)k het zyn moest~) een begrip der zuivere rede, van dit edele ver;nogen alleen afhangende, en, daaróm, al wat redelvk is, verpligtende : maar het is flegts een empirisch begrip , afhangfyk van vorige ervaringen, of ondervinding van neiging, en zinlyk belang.

Zal iets , derhalve , practisch goed zyn ;

dan

(*)Ciceiio de finib. II. 14. S E k e ca. Episl. ïiS.

Sluiten