Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 74 )

trotschheid, en den hoogmoed, is liet geheel anders gelegen : wordende de eer/te, binnen de

pa-

yvy die , nuttiglyk, ondetfcbeiden) die ons eerst gebiedt, onzen pligt te betrachten, overreedt ons , daar na, dat, in onze zuivere pligtsbetrachting, ons eindelyk waar geluk befiaan zal. Waar in dit zal gelegen zyn , weet ik niet , noch kan dal weten. Daaróm moet de form der w<t mynen wil bepalen , wyl ik de fiof nog niet kennen kan. Hoe gelukkig voor my ! want , moest ik eerst weten , welke middelen tot myn waar geluk /trekken — moest dus de keuze der middelen aan my ftaan; hoe zoude ik my dan bepalen kunnen:' myne bepaling , altans , zoude iriet zuiver-redelyk zyn , en men zoude gene zuiver-redelyke eigenliefde ,"als moog'yk, kunnen deuken. Heiligheid , en gelukzaligheid, verenigd (doch de eersta , als do enige voorwaarde vaa de laatfte) ftrlt de fpeculative rede ons voor , als het idé, van liet hoogste goed, m het algemeen, en voor elk oriicr in liet byzonder, Kaar dit idé mogen wy niet aSieen , maar ook moeten wy ftrevén , en ons dus, door deugd , de gelukzaligheid waardig maken. —•Hier uit blykt , tegelyk , het verband tusfchen deugd, en geluk , met opzigt op het geheel van ons toekomend beftaan , onder de regering van een Opperwezen, dat zo bthoedanigd is, als de rede ons God Toorftelt. Wie, derhalve, waarlyk deugdzaam is, en als een redeljk mensrh leeft, bevordert, zeker, zyne gelukzaligheid. JLindeljk , blykt , uit dïze aanrneiking,

de

Sluiten