Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 79 )

dezelven te verltaan, en den edelen trots, op onze menschlyke waarde , als pligt, ja , grondpligt, te erkennen , moeten wy ons overtuigen, dat wy , waailyk, enen aanleg bezitten tot deugd, of. zuivere goedwilligheid.

Een wezen van zodanig enen aanleg moet, alleenlyk , door zyne eigen rede , in ftaat zyn, om de natuur, van 't geen, waarlyk , goed is, te kennen, en zynen pligt, in voorkomende gevallen , te onderfcbeiden. Dit vermogen bezit de mensch. Zyne rede ziet, van voren, duidelyk, in , vvat zedelyk regt, of practisch goed, zy , en bepaalt, voorwerplyk, zynen wil, met volkomen oppermagt, en beflisfchend gezag; zonder zig aan enige neigingen, of zinlyke belangen, te ftoren. De mensch is, derhalve, zyn eigen wetgever, door zyne rede, die hem, nimmer, onzeker laat, maar zig, in alle voorkomende gelegenheden, terftond , practisch vertoont, zo haast de mensch, die (*), enigzins , befchaafd is, en nadenkt, dezelve, opregtlyk , raadpleegt, en zyne byzondere maximes aan hare algemene

(*) Enige mate van cultuur, of befchaving , moet hier onderfteld worden. Crit, der ITrlh, S. m.

Sluiten