Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( % )

aakelyk, overtenemen. Men behoeft zig niet te verwonderen , zegt hy (*J, dat alle de pogingen der genen , die zig bemoeid hebben , met het zoeken , naar een beginzel der zedelykheid, mislukt zyn. Men zag, namelyk, den mensch, door zyn pligt, aan wetten gebonden : doch kwam niet op den inval, dat hy, flegts , aan zyne ezgen algemene wetgeving, onderworpen, en , dus , verpligt , zy om te handelen , naar zynen eigen wil, die egter , volgends het oogmerk der Natuur, algemeen wetgevend zyn moet. Wyl nu de wet, aan welke , men niet konde nalaten, zig den mensch, als volftrekt onderworpen , voorteftellen, niet , uit den wil des menfchen zeiven, ontfprong (want op dezen inval kwam men niet); moest men , natuurlyker wyze, naar enig vreemd belang, buiten de rede, omzien , en, als ware het, tot dwangmiddelen toevlugt nemen, om den wil te noodzaken. Dus verkreeg men , nimmer, het regie idé van pligt, maar wel nood^ zakelykheid ener daad , uit hoofde van zinlyk belang. De droevige verwarring dezer beide, geheel onderfcheiden , begrippen, deed, einde-

lyk,

(*y Gnmdleg. S. *]Z.

F 5

Sluiten