Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C ?5 )

Deze hoge aanleg van onze natuur , tot deugd , blykt, verder, uit ons natuuilyk vermogen , om. het zedelyk goede te kiezen. De ervaring, ik beken het, kan deze helling, wederom , niet bewyzen: want zy toont ons, alleen, wat 'er gefchiedt, niet de beginzelen, waar uit de daden voordkomen ; noch , ook , kan zy ons leren, wat 'er zoude kunnen gefchieden , indien de beletzelen , uit den weg, geruimd waren. Dan, gelyk men dit vermogen , uit de ervaring , niet bewyzen kan ; even, zo min, laat zig hetzelve, uit de ervaring, tegenfpreken. Al onderfteldet gy zelfs, dat 'er, in dit leven, by den mensch , gene zuivere deugd plaats hebbe; zoudt gy nog niet be* wyzen konnen , dat de mensch onvermogend zy, om het zedelyk goede te kiezen,

Wanneer men , den mensch, dit natuurlyk vermogen toekent; dan beweert men, in den grond , anders niet , dan deze , voor de zedelykheid allergewigtigfte , [telling , namelyk : dat wy, menfchen, enen v r y ë n wil hebben , dat is, een vermogen bezitten , om ons zeiven te bepalen, om ot naar onze zuivere, wetgevende, practifche, rede te luisteren >— of den eisch van onze zinlyke begeerten intevolgen.

Kryheid is, in het begrip van willen, zo nood-

za-

Sluiten