Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*( XI )*

zijne voordbrengels zijn mogen Jchrijft altijd, met een oog.

merk, om der Natie te bevallen doch dit kanhij niet,

dan aan een gedeelte der Natie; hij maakt niet zelden kabinetftukjes , wier waarde Jlegts van weinigen gekend wordt, en dit moet genoeg zijn, tot bevrediging zijner eigenliefde. Geheel anders is het geval van hem, die gezangen voor het volk fqamtnftelt: hoe algefneener zijne ft ukken gelezen en goedgekeurd worden — hoe meer hij zijn oogmerk bereikt, en, volgends dit oogmerk nuttig is. Hoe onvolkomen de ftaat onzer nederduilfche dichtkunst ook wezen moge — daar is, in onze oude nederlandfclie gedichten, eenfterkte, een rustigheid, die men ver geefsch in de karikatuuren, die naar de voordbrengzels der uitheemfche dichters gemaakt zijn, zoeken4zou: uitroepingen en herhaalingen laat men thans, al heel dikwijls, in plaats van waart gedagten, zeer kort op eikanderen volgen. Ik heb zeer veel eerbied, voor zulke buitenlandfche dichters, die, in weerwil hunner fouten, waarlijk groot zijn:

Sluiten