Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*( 74 >

Maar zagt! bedrieg: mijn oog zig niet? Daar nadert ginds, in 't ruim verfchiet,

Een fchip! dit zal uw helper wezen!

Gelijk het daalend zonnelicht

Een lagtje op 't zweetende aangezigt

Des noesten landmans doet verfchijnen: Zoo ziet het volk, fchier afgefloofd , Naar 't fchip, waarvan 't zich hulp belooft.

Maar hoe! wat zie ik? Jarry! ach! , Uw fierheid ftrijkt in 't eind de vlag! . . .

Of ftortedt gij reeds vcgtend neder?

Uw hulp!... dan neen!... gij waart misleid! ■

Dat nu een dikke donkerheid

Uw fchip, met zwarten nagt, omzwagtel'! Of, dat een forschgedrevcn wind Uw 's vijand's nad'rend fchip verflind'!

Sluiten