Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

92 ")*

Waar is die oude grootheid thans? Hoe is die luistervolle glans

Van uw' aélouden roem verduisterd!

Gij hebt de boelen deeds veragtl

Maar flaven zijt ge thans gekluisterd

Aan vreemde praal en weidfche pragt!

Toen kreeg 't eenvouwige gewaad Zijn' luister van het grootsch gelaat Der fiere en flerke jongelingen!

De griisheid zelfs fchoot uit heur oog Een (Iraal, die Neérl'and's aterlingen, In 't dof van hunne laagheid, boog!

Toen was de blanke zedigheid, Wier oog geen dartle lonken fpreidt, Het'fieraad aller jonge fchoonen: Een opfchik, die de Deugd ontëert,

Den Godsdienst, in 't gezigt, durft hoonen, Werd uit uw Vaderland geweerd!

Sluiten