Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

io6 )*

o God ! moet dan een vrijgeboren

Uw (Tem, in zijnen boezem, fmoren? ——.

Geen vrij geen edel wezen zijn ?

Ach! waartoe langer hier gebleven? . . . Mijn Engel! voer mij uit dit leven!

Ik wil bij mijn' Capellen zijn!

Maar neen! indien ik nooit op aarde, Den adeldom, de groote waarde

Der menschheid van mijn hart, misken: .

Wanneer ik, onder 't hevigst woelen

Des wreedften Dwing'land's, mag gevoelen,

Mijn God, dat ik uw fchepfel ben:

Dan zal ik fchoon 't ook al mogt vreezen,

Een groot een waardig fïerv'ling wezen!

Capellen ! ik zal zijn als gij!

En , moet ik enger kring bewonen

Kan ik mijn grootheid niet vertooncn :

'k Blijf, in mijn' omvang, immer vrij!

Sluiten