Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

+ C 152 >

Lig daar dan nu, mijn lier, o blijdfchap van mijn leven!

Gij zijt niet meer mijn troost in aak'lige eenzaamheid ! Mijn hand zal nu niet meer, op uwe fnaaren, beven,

Daar gij de tfaanen vangt, die 't oog, van blijdfchap, fchreit! Lig daar, mijn lieve lier, door Vrijheid mij gefchonken,

En, door de gulle hand, van vrouw Natuur, befnaard! Gij hebt, niet zonder eer, in mijne hand, geklonken! —■

Uw klank, niet zonder roem, met mijn gezang, gepaard! 't Is waar, een grootfchcr zang kan ligt mijn kunst verdooven;

Maar, 'k heb de taal van 't hart gezongen in mijn lied! Een ander gaa mijn' zang, in trotfcher kunst, te boven:

Hij overtreft mij toch, in ronde opregtheid, niet! Mijn fpeeltuig! 't is genoeg! ik leg u fchreïend neder!

Met u, helaas! de bron van 't zuiverfie vermaak!

En, fchenkt een weif'lend lot u immer aan mij weder,

Dat dan nog 't zelfde vuur in mijnen boezem blaak'!

Sluiten