Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C vi )

len worden kan (*). De eerjle krabbelingen van den jongen dichter, zijn brokken van vaarzen, op alles, wat hem voorkomt. Hij leest, in het eene of andere gedicht, een regel, een woord, dat hem, meer dan gewoonlijk, treft, dit doet hem, op het zelfde onderwerp, terjlond een vaars maken; dit doet hij geduurig; en bier door krijgt hij, om zoo eens te/preken, een vaste hand, en een zekere manier van zich uittedrukken.

Worden nu deze eerfte ontwikkelingen tegen gegaan; de beoefening der Jchoone kunsten, den jongeling, als veragtelijk en nietsbeteekenend, voorgefleld, dan kan het niet wel mis/en, of het ontluikende genie buigt zich, en,fcboon het zich weder oprigten moge, het zal nooit die kragt ver-

C') Ik vit "iet zeggen, dat alle kir.ders, die oJ> bet papier krabbelen , fcbilders cfalle rijmende knaapen, dichters kunnen vierden! »

eV.t zullen die vaders en MUitrs wel begrijpen, hoep ik!

Sluiten