Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C xi )

in een dicbtjluk gezien bad. Van toen af befebaafde ik mijn' geest; dit voorbeeld badt mij gezegt, dat men het uoaare, eenvouwige, gevoel der natuur, in zijne gedichten , mag en moet uitdrukken. Nu werd mij de ganfche Natuur dichtkunst! Het floers, dat, tot neg toe, mijn oogen bedekt badt, werd afgerukt, en mijn moed verbef te zicb, cm, met alle de opgefchikte, beuzelagtige en hol klinkende gedichten, te /potten!

Maar, mogelijk zult ge reeds lang gevraagd hebben: waaren dan alle uwe dichters zulke flegte modellen ? zij waaren juist de besten niet, doch zij hadden zeker, hier en daar, wel iets goeds; ■ maar is

dit genoeg, om onzen /maak te vormen? Als één goede

trek één natuurlijke gedagten opgevolgd wordt door

een onnatuurlijke, gezogte, kwistige, /chakel van denkbeelden is dit niet genoeg, om, in dien ouderdom,

den ongsvestigden /maak en bet onrijpe oordeel, zoo niet

Sluiten