Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(29)

Zij vlogen, en kwamen, zoo fnel als de blikfem,

Op de aarde, in een boschje van olmen, ter neer. . Daar zagen zij Chloë, zo fchoon als de morgen,

Verzonken in aandagt, eerbiedig geknield; De traanen der godvrugt verfierden heur wangen,

Als drupjes des morgens, de jeugdige roos. Nu floeg ze heur oogen, eerbiedig, naar boven,

Als zag zij de Godheid, in 't heilige bosch!

Nu riepen, eenftemmig, de juichende geesten:

„ Wij blijven, o Vader! bij Chloë, in 't bosch!"

Toen fchudde de Vader der fchepping de toppen Der olmen een windje ging, fuisfend, door 't loof;

En de Engelen hoorden 't bevel van hun' Schepper: Zij voerden het meisje, nog biddende, omhoog!

Sluiten