Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 33 )

Ki:s op, mijn vriend! zit nu niet langer ftil! Laat ons weer rtistig, vrolijk, wand'len! Van 't beekje, dat dit dal doorvloeit, Moet wis een oorfprong zijn!

Gewis, mijn vriend, aan 't einde van den weg, Den weg van dit angstvallig leven, Zult gij den ruimen boezem zien, Waar uit ons beekje vloeit!

Gewis, mijn vriend, aan 't einde van den weg, Zult gij den vasten berg beklimmen, En, rustend, bij een' ftisfchen ftroom, In 't dal, te rugge zien!

Van daar zult gij, den raatten wandelaar, Beneden u, in 't dal, zien dwaalen —■ Van daar zult gij uw' eigen weg; Dit kronklcnd beekje zien!

C

Sluiten