Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(47 )

Kon zij niets, dan droevig weenen.

Toen verfcheen de Dood bij Chloris; Doch, hij was niet naar en vreeslijk; Keen! zoo vriendlijk als een Engel, Nam hij Chloris in zijne armen. Nu verbreidde zich een lagchtje, Van gerustheid, op heur lippen. Hoe vertrouwlijk doeg zij de armen. Om den hals van heur' vcrlosfcr! Eiudiijk flootcn zich heur oogen, En zij (liep zoo zagt en lieflijk, Als een zuigling, aan den boezem Van een ted're moeder, fluiraert!

Sluiten