Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(49 )

5k Ging, langs den boord der klaarde beeken,

Onagtfaam , ongevoelig, voord, 'k Bleef zelfs geen oogenblik vertoeven,

Om, in de vliet, mijn beeld te zien! Zoo ging ik, op den weg des levens,

Steeds eenzaam, onoplettend, voord, Tot gij, daar bij dat elzenboscbje,

Mijn Rau, aan mijne zijde, gingt! Nu was mijn hart niet langer eenzaam;

'k Zag u en ging oplettend voord. —.

Daar voelde ik, in mijn' jongen boezem : „ Die ed'le jong'Iing zij mijn vriend!" En immers, Rau, uw jonge boezem Heeft ook die zagte item gevoelt? o Ja! 't was zigtbaar in uwe oogen : „ Die jong'Iing zij mijn reisgenoot 1" D

Sluiten