Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C6o)

o God! wie is de fterveling,

Die 't onnaarvolgbaar lied mag hooren Der eeuwig-zingende englen-chooren ?

Dat hij van uwe grootheid zing'! Mijn ziel verliest zich in haar zelf! Mijn oog verdwaalt, aan 't hoog gewelf,

Waar duizend, duizend, zonnen blinken, Die eens uw (tem ten voorfchijn riep!

Hier moet al 't eindige verzinken , In 't nimmer peilbre diep!

Gij bad den weg nog niet gemaakt, Waarlangs de vlugge tijd zou loopen, Maar 't plan lag voor uw wijsheid open —•

Der dingen werking afgehaakt: Toen zaagt gij, hoe der boozcn list, Door haat en wrevel, aangehitst,

Langs duizend onbekende wegen, De leidsvrouw is tot waar geluk;

Hoe vaak de wenfchelijkfte zegen Zijn bron heeft in den druk!

Sluiten