Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 6-r )

Toen zaagt gij ook, geduchte God, In al die wondre wis tel in gen , Dien kronkelloop der aardfche dingen ,

Den aart, de gangen van mijn lot. Toen had ik, op dit groot toonncel Der wondre waereld, ook mijn deel,

Door uwe wijsheid, reeds ontvangen. Ja! hoe gering mijn werking febijn',

Gij deedt mij toch de gunst erlangen, Een flip, in 't plan, te zijn!

Hoe dan, op dezen wanklen bol, Uw hand mij ginds en herwaards voere, De fnoodheid op mijn onfehuld loere —

Mijn hart blijft fleeds gerustheid-voU Mijn God! hoe troost mij dit gevoel! Gij fchiept mij ook, om 't groote doel,

Uw godlijk oogmerk te bereiken! Ik voere ook uw bevelen uit!

Eij u zijn eeuwen-levende eiken Niet meer dan 't kieenfte kruid!

Sluiten